Yasmine had gewoon gelijk

“Ik denk dat het antwoord B moet zijn”, zegt Yasmine zelfverzekerd. Ze kijkt tevreden naar het cirkeltje dat zij met potlood om de letter B op het antwoordformulier heeft getekend. Het is januari 2014 en ik ben met mijn groep 8 aan het oefenen ( ja, ik geef het toe ) voor de Cito-toets. We nemen een toets uit het voorgaande jaar door, om zodoende de leerlingen een beetje voor te bereiden op het echte werk, De Grote Allesbepalende Cito Eindtoets. Ik weet dat er meesters, juffen, onderwijsexperts en ouders zijn die over het oefenen hiervan een mening over hebben. Dat het schandalig is dat ik dit doe. Dat het niet de bedoeling kan zijn. Dat het toch geen zin heeft. Of juist wel, en dat je dan de toets beïnvloedt. Ik zou zeggen, lees gerust verder, het wordt nog erger.

Zoek op in je encyclopedie…

Op dat moment bespreken we de opgaven van het onderdeel studievaardigheden. Een merkwaardig toetsonderdeel, waarin je onwaarschijnlijke vragen moet beantwoorden als “Stel je voor, je wilt iets opzoeken in je encyclopedie over de zus van de Hertog van Alva. Zoek je in je encyclopedie dan bij:

  1. A tot E
  2. F tot J
  3. K tot O
  4. M tot P

Afgezien van het feit dat ik niet zou weten waarom je iets op zou willen zoeken over de zus van de Hertog van Alva ( maar laat ik niet oordelen over andermans interesses ), vraag ik me oprecht af hoe vaak deze kinderen het nodig zullen hebben om iets in een ENCYCLOPEDIE op te zoeken. Heeft u ze nog thuis staan? En zeg eens eerlijk, hoe vaak bekijkt u de ruggen van uw serie Winkler Prins encyclopedieën, om vervolgens in één vlugge handbeweging de juiste te grijpen en dan snel naar “de zus van de Hertog van Alva” te bladeren. Ook hiervan weet ik dat critici het niet met mij eens zullen zijn. Dat zij vinden dat leerlingen alleen nog maar kunnen googelen, en dat zij toch zeker ook onderwerpen alfabetisch moeten kunnen ordenen. Ik weet niet of ik dat zo belangrijk vind. Ik denk eigenlijk dat als ze dat nodig hebben, ze dat heel snel kunnen leren. Maar ik zou zeggen, lees gerust verder, want het wordt nog erger.

Om te toetsen of je goed kunt zoeken op het internet, ga je niet op het internet

Yasmines antwoord ‘B’ was geen antwoord op de vraag over de Hertog van Alva. Nee, we behandelen een ander opmerkelijk fenomeen, namelijk het onderwerp ‘internetgebruik’. Het gaat zo: Om te toetsen of je goed kunt zoeken op het internet, ga je niet op het internet. Je beantwoordt gewoon een paar multiple choice vragen op papier. Onderstaand voorbeeld behandelden wij. Of eigenlijk een net iets andere vraag, maar die kan ik nu natuurlijk niet meer vinden. Dus deze heb ik opgezocht op het internet. Lees en denk even mee.

opgaven

Weet je juf..

Yasmine denkt dus antwoord B. “Nee, dat is niet goed, het is antwoord A”, hoor ik mezelf zeggen. Makkelijk praten natuurlijk, want ik heb de antwoordsleutel voor m’n neus. “Oh ja, dat kan ook”, mompelt ze. Ze streept B door, en tekent een keurig cirkeltje om A. Dan spreekt ze zich duidelijk uit: “Weet je juf, als ik iets opzoek, bijvoorbeeld voor mijn werkstuk, dan klik ik meestal eerst op een link waarvan ik denk dat ik er iets aan heb. Dan kijk ik snel of ik daar de goede informatie kan vinden. En als dat niet zo is, dan ga ik naar de volgende.”

Ze had gelijk

Ze had gewoon gelijk. Waar was ik mee bezig? Ik was leerlingen ‘internetopgaven’ op papier aan het laten maken. Je leert kinderen toch ook niet veilig fietsen door ze opgaven in een boekje te laten maken? ( oh ja, toch wel, dat stond ’s middags op het programma, verkeersles uit een uitdagend boekje met kleurenfoto’s van realistische verkeerssituaties van Veilig Verkeer Nederland ) Was ik echt leerkracht geworden om leerlingen dit soort opgaven te laten maken, en vervolgens te vertellen dat hun antwoord ‘fout’ is? En dat terwijl uit Yasmines toelichting heel duidelijk bleek dat ze beschikte over uitstekende zoekvaardigheden.

Waarom doen we wat we doen?

Nu hoop ik niet dat dit blog gelezen wordt als kritiek op de Cito-toets. Als ik een willekeurige methode opensla zie ik soortgelijke opgaven. Lees het eerder als kritiek op mezelf. Het voorbeeld dat ik hier beschrijf is slechts een illustratie van waar het me echt om gaat. Namelijk de vraag “Waarom doen we wat we doen?” Waarom laten we leerlingen opgaven maken waarvan we weten dat ze onzinnig zijn? Omdat het moet? Van wie? En wat als we het niet doen?

Ik vermoed dat veel leerkrachten voorbeelden kunnen vertellen over dit soort momenten.

Ik heb er in ieder geval nog vele..

Geschreven door: Elize Jong


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s