Wat ik leerde van hoofdinspecteur Arnold Jonk

“Vrij veel beginnende scholen mislukken”. We zijn nog maar net begonnen  en het staat al 1-0 voor de hoofdinspecteur van het basisonderwijs. De zaal zit vol schoolmakers die staan te popelen hun eigen nieuwe school te starten in Amsterdam. De gemeente heeft een wedstrijdje school maken uitgeschreven, en iedereen mag meedoen. De beste wint en mag ook echt een school stichten.

Waar moet je op letten volgens de inspectie?

Speciaal voor alle potentiële schoolmakers is door Kennisland een middag georganiseerd in de Balie, waarbij workshops gevolgd kunnen worden die helpen bij proces van een school maken. Ik heb gekozen voor de workshop van hoofdinspecteur Arnold Jonk. Titel: “Waar moet je op letten volgens de inspectie? Welke valkuilen zijn er voor het starten van een nieuwe school en hoe voorkom je deze?”

Valkuilen en tips

Arnold Jonk noemt meteen een aantal valkuilen en tips: “Pas op voor het idee alles te kunnen. Niet groeien om het groeien. Weet goed welke kinderen je aanneemt. Pas op voor te grote complexiteit aan problematiek. Zorg voor een goed schoolondersteuningsprofiel. ” Ik noteer de valkuilen en tips, maar moet toch steeds denken aan het laatste inspectiebezoek op de basisschool waar ik tot vorig jaar werkte.

Angst voor de inspectie

Ik werkte op een hele goede basisschool. Dat vind ik niet alleen, maar ook de inspectie. Al jaren. En toch was het bijzonder om te merken wat er gebeurde in de aanloop naar het inspectiebezoek. We begonnen aan onszelf te twijfelen. “Zijn alle stappen van het directe instructiemodel wel zichtbaar in de klas? Staat alles goed op papier? Zijn de groepsplannen wel voorzien van de laatste vaardigheidsscores?” Zonder onaardig te worden, kan ik toch gerust zeggen dat er lichte angst was voor de inspectie.

Verlammende werking

Die angst bemerkte ik niet alleen op mijn school, maar ook op andere scholen. Nu is een gezonde spanning niet zo erg, en ik vind het ook goed dat er een partij is die je als school scherp houdt op je onderwijskwaliteit. Maar het onderwijs scherp houden is iets anders dan het onderwijs verlammen. En dat is toch wat er gebeurde. Bij iedere vernieuwing of verandering die werd voorgesteld, werd gedacht: “Mag dat wel van de inspectie”?

De basisregel bij de inspectie is: Het mag.

“De basisregel bij de inspectie is: Het mag”. Ik was er weer bij met mijn gedachten. Hoorde ik dit de hoofdinspecteur echt zeggen? Arnold Jonk licht toe dat er maar een paar vormvoorschriften zijn waar echt iedereen zich aan moet houden, zoals bevoegdheid en onderwijstijd. “Maar buiten dat is er heel veel vrijheid. Diversiteit in het Nederlandse onderwijs is een groot goed.” Ik probeer deze uitspraak te rijmen met het beeld dat ik van de onderwijsinspectie heb, maar dat lukt niet helemaal.

Waarom denkt men dat er zo veel moet?

Ik stel dan toch gewoon maar de vraag: ”Als dat zo is, hoe kan het dan volgens u, of volgens de inspectie, dat er zo’n angst heerst. Waarom denkt men dat er zo veel moet? Waar komt dat idee vandaan?”  Arnold Jonk geeft hiervoor verschillende redenen op, en steekt de hand eerst en vooral in eigen boezem. “ We hebben als onderwijsinspectie niet goed gecommuniceerd. Het beeld over wat ‘moet’ van de inspectie is een eigen leven gaan leiden, en wij hebben er niet genoeg aan gedaan om dat te voorkomen of recht te zetten.”  Hij legt verder uit dat de inspectie te weinig aandacht heeft gegeven aan scholen die het goed doen. “ We werkten enkel risicogericht. Je kreeg alleen met ons te maken als het slecht ging.” Als derde reden geeft hij op dat de inspectie zicht nu eenmaal moet houden aan wet- en regelgeving. “Dit betekent soms dat je een boodschap moet verkopen die niet prettig is, maar dit is nu eenmaal de taak van de inspectie. Je bent dan al snel de zondebok.”

De verlossende woorden

Arnold Jonk vertelt dat scholen vaak dénken dat ze van alles moeten, maar dat dit in werkelijkheid niet zo is. En dan spreekt hij de verlossende woorden uit: “Het woord groepsplan komt in onze papieren niet voor”. Er gaat een zucht van opluchting, en misschien ook wel van verbazing door de zaal. Want ergens wringt het. Iedere basisschool die wel eens een inspecteur op bezoek heeft gehad, weet dat deze direct in de map met aanwezige groepsplannen duikt, en daar in een kamertje samen met de IB’er en directeur innige en vooral geheimzinnige gesprekken over voert.

Leerlingen kunnen hun basisschool niet overdoen

Arnold Jonk geeft toe dat dit gebeurt, maar vertelt ook dat de wijze van toezicht houden echt gaat veranderen. “Wanneer je als school belooft dingen te doen, gaan wij kijken of je het zo ook doet. Echte goede scholen administreren alleen dat wat impact heeft op hun lessen.” Dit betekent overigens niet dat ineens alles mag. Arnold Jonk geeft als laatste woorden nog een belangrijke boodschap mee: “We experimenteren niet met kinderen. Leerlingen kunnen hun basisschool niet overdoen. Het moet in één keer goed, in ieder geval zo goed mogelijk.”

Vol inspiratie

Ik had nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, maar ik stapte vol inspiratie en goede moed de zaal uit. Ik voel, merk, hoor dat er vrijheid is om je eigen school vorm te geven. Dat er meer mag en kan dan je denkt. We leggen onszelf in het onderwijs soms ook beperkingen op die er niet zijn. Misschien is het naïef, misschien ben ik te optimistisch, misschien valt het in de praktijk wel tegen. Maar eerlijk is eerlijk,  ik heb eigenlijk wel vertrouwen in een inspectie die zich zo verhoudt tot de scholen.

En nu maar hopen dat we op “Onze Nieuwe Amsterdamse School” mogen gaan ervaren wat het is om de inspectie op bezoek te krijgen.

Geschreven door: Elize Jong


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s